Kobe de Peuter (beeldend kunstenaar/filosoof/toffen tiep) over filosofische vervreemding.

"wij als mens kennen de origine van onszelf, noch van de producten die we gebruiken niet meer;
van onze kledij tot ons eten, de associatie met de katoenplant, 't schaap of' t kieken zonder kop leggen we nog amper;
farmaceutische en schoonheidsproducten gebruiken we in blind vertrouwen.
Onze arbeid is ook grotendeels vervreemd, daar men in de meeste beroepen slechts  een klein aspect van'n groter geheel uitvoert,
zonder een klaar en duidelijk beeld te hebben van hoe dat geheel als mechanisme net te werk gaat.
In die zin is geld ook een duidelijk symbool van onze vervreemding.

Heel weinig van wat we doen en hebben is "eigen".
En nu to the point: onze omgevingen zijn in zekere zin "denaturalisaties";
wij wenden de natuur niet meer aan als onze leefwereld,
wij vervormen en bewerken en transformeren het geheel tot een rigide ruimtelijke ordening.

Voor de doorsnee westerse mens is werkelijke natuur (en geen ritmisch aangeplante bomen) een vreemd concept dat we graag romantiseren;
we zijn véél meer vertrouwd met grijze wegdekken, rechte hoeken, glooiende maar regelmatige designs, stippellijnen en symmetrie:
de stad als een Pacmanspelletje en onze dagindeling als'n soort van klokwerk.

Al die grijzige, repetitieve, ritmische patronen worden overal en voortdurend herhaald
en reflecteren de mens als een kuddewezen met nauwelijks een eigen mening, visie of smaak,
maar als een navolger van zichzelf herkauwende stramienen en systemen.

De romantisering: de ervaring van 'het zogenaamde werkelijke' (natuur, de wereld, de tijdloosheidservaringen) leggen we buiten onszelf
en zijn doorgaans abstracte concepten die we invullen met onrealistische beelden in de aard van: het gras aan de andere kant van de heuvel.
In die zin is "kunst/creativiteit" een ideale uitkomst voor veel mensen, die geen zelfvoldoening vinden in de stereotiepe, ritmische, voorgeschreven dagdagelijksheid; via 'kunst' kunnen ze zichzelf nog romantiseren (tot nieuwe van goghs of hogepriesters van de inspiratie)

Samengevat:
Al onze welvaart, orde en erg veilige voorspelbaarheid komt uit onszelf als collectief voort,
maar heeft ons vervreemd van onze origine: ons werkelijke, natuurlijke mens-zijn,
en biedt aldus weinig kansen aan het individu om werkelijke bevrediging te vinden,
daar er weinig kansen op 'zelfvoldoening' worden aangeboden.

De meest opvallende weergave van die vervreemding en schematiserende verstrakking van onze levens zie je buiten, op straat, in de stad, in banken en kantoren, en in je eigen huis in de muren en meubels tot de inhoud van je ijskast.

Jouw foto's reflecteren voor mij die vervreemding en dus dat rigide;
je toont wat zo vlak naast ons staat, dat ons zo typeert, een reflectie van de lege schalen die we eigenlijk zijn,
en men heeft net daarom zoveel moeite (denk ik) om je beelden te plaatsen;
omdat ze ons confronteren met onze lege, rigide, systematische, voorgeschreven eenvoud
en ergens slaag je erin zelfs net dat  beetje te romantiseren, wat we door de overvloed aan (visueel) aanbod (je foto's zijn overal, van de lamp in de bar tot de zijkant van een leeg canvas)
net hebben leren negeren, en zelf in zekere zin ontkennen dat het daar is...